De Hartenlustmavo van A-Z

Alles wat je over de Hartenlustmavo moet weten, vind je in deze digitale Schoolgids. In de linkerkolom staat (bijna) alles waar je op de Hartenlustmavo mee te maken kunt krijgen. Wil je meer weten over een bepaald begrip? Kijk dan in de linkerkolom en klik er op.

Begeleiding extra

Stappenplan bij geconstateerde, extra ondersteuningsbehoeften bij een leerling

1. De mentor signaleert, al of niet na meldingen van vakdocenten via LVS in Magister of anderszins, dat er belemmeringen zijn in de ontwikkeling van een leerling. De mentor voert gesprekken met de leerling en diens ouders en stelt eventueel een handelingsplan (HP) op. Dit HP is een onderdeel van een eventueel later op te stellen ontwikkelperspectief (OPP). Na vier tot zes weken evalueert de mentor het betreffende HP met betrokkenen en stelt dit waar nodig bij.

2. Indien bij de eindevaluatie blijkt dat het HP onvoldoende effect heeft gehad, legt de mentor de casus voor aan de zorgcoördinator. De zorgcoördinator geeft de mentor handelingsadviezen, waarop de mentor een bijstelling van het handelingsdeel in het OPP kan bespreken. De zorgcoördinator kan ook direct de casus overnemen en interne zorghulp inschakelen (zie ook punt 4 hieronder).

3. Indien de zorgcoördinator de casus overneemt, wordt de leerling door de zorgcoördinator in het Intern Zorgoverleg (IZO) met de betreffende teamleider besproken. De mentor blijft de begeleider van de leerling en geeft signalen van de andere vakdocenten door aan de zorgcoördinator.

4. Binnen het IZO wordt het vervolgtraject besproken:

De counselor wordt ingeschakeld voor het voeren van  met de leerling, wanneer het gaat om sociaal-emotionele belemmeringen. De counselor kan lessen observeren en coaching geven aan docenten teneinde adequaat om te kunnen gaan met betreffende leerling.

De trajectbegeleider wordt ingeschakeld bij belemmeringen op cognitief gebied. Ook de trajectbegeleider observeert lessen en geeft coaching aan docenten.

De zorgcoördinator schakelt, met toestemming van betreffende ouders, de tweedelijns zorg in, zoals Jeugdriagg, schoolarts of CJG en/of adviseert de ouders om zich daar aan te melden. De zorgcoördinator monitort de voortgang van bovengenoemde ondersteuning.

5. Wanneer uit de evaluatie van de trajectbegeleider, de counselors of de zorgcoördinator blijkt, dat het resultaat van het vervolgtraject onvoldoende is, organiseert de zorgcoördinator een multidisciplinair overleg (MDO) om de ondersteuningsbehoeften van de leerling in kaart te brengen. Vervolgens wordt in het MDO gezamenlijk gekeken op welke manier De Hartenlust ondersteuning aan de leerling kan bieden. Blijkt De Hartenlust deze ondersteuning niet te kunnen bieden, wordt verwezen naar een andere vorm van onderwijs, dan wel een andere school.

6. De zorgcoördinator nodigt voor het MDO uit: de ouders, de leerling, de teamleider, de consulent passend-onderwijs van het samenwerkingsverband en, indien van toepassing, de direct betrokken externen, zoals Kenterjeugdhulp, Opvoedpoli of Leerplicht.

7. Ter voorbereiding van het MDO is het de taak van de zorgcoördinator om:

  • de handelingsplannen, het OPP en de evaluaties te verzamelen van zowel mentor, counselor als trajectbegeleider;
  • het slot-OPP op te stellen;
  • betreffende ouders voor te bereiden op het MDO.

8. De uitkomst van het MDO wordt door de zorgcoördinator in een vast omgeschreven format (rapport) beschreven. In een bijlage wordt het OPP meegestuurd. De zorgcoördinator stuurt de uitkomst naar alle betrokkenen.

9. In geval van verwijzing neemt de zorgcoördinator, na toestemming of op verzoek van betreffende ouders, contact op met scholen die de passende onderwijsvorm aanbieden. Hij doet dit om te informeren of er plaats is. De zorgcoördinator geeft plaatsingsmogelijkheden door aan ouders en teamleider.

De betreffende leerling kan worden verwezen naar:

a. ander regulier onderwijs.

b. naar onderwijs met volledig LWOO aanbod. Voor de leerling zal een zorgbudget aangevraagd moeten worden door de ontvangende school, met het oog op de bekostiging.

c. VSO of +VO. Hiervoor is een MDO-toewijzing nodig. De zorgcoördinator maakt een aanvraag voor de PCL-commissie en stuurt deze naar betreffende ouders en leerling. Na goedkeuring volgt er een intake bij het VSO of +VO.

De teamleider stelt een leercontract op dat ondertekend wordt door betreffende ouders en leerling. In dit leercontract zijn afspraken vastgelegd over de invulling van de overbruggingsperiode. Normaliter is die periode drie weken. De overbruggingsperiode naar het VSO of +VO bedraagt vier weken. In genoemd leercontract staat ook de termijn vermeld, waarop de ouders de leerling elders moeten hebben aangemeld. Indien betreffende ouders de leerling niet binnen de termijn hebben aangemeld, zal het formele traject van schorsing en verwijdering moeten worden ingezet en wordt Leerplicht ingeschakeld.

10. De mentor begeleidt de leerling, zolang deze onder de verantwoordelijkheid van De Hartenlust valt. De zorgcoördinator informeert de mentor en teamleider over de voortgang van de plaatsing.

Zie ook: begeleiding en basisondersteuningsprofiel